Utrecht

Toen we allebei eerstejaars studenten waren, zij in Utrecht en ik in Enschede, bezocht ik haar wel eens. We liepen dan uren door de stad en deden verder weinig. Een van die keren kwamen we langs een modern, betonnen gebouw in aanbouw met vensterbanken van een meter breed, met boven een afdak. Het begon te regenen en ik stelde voor hier te schuilen. We gingen zitten en tot mijn verbazing protesteerde ze niet toen ik het na enig duwen zo gearrangeerd had dat ze tegen me aanhing met mijn armen om haar heen en mijn neus in haar haar. Tot dan toe had ze met hoekig gedrag op elke toenadering van mijn kant had gereageerd, ondanks dat ze wist dat ik van haar hield.

Ik kan me niet herinneren dat ik ooit gelukkiger ben geweest dan op dat moment. Toen we na herhaald aandringen van haar kant weer door de stad liepen zweefde ik een beetje. Dit was genoeg en het hielp tegen alles. Ik stond er niet bij stil of het haar ook hielp. Twee dagen later kreeg ik een brief met de boodschap dat ze me niet meer wilde zien. Ik kan haar achteraf gezien geen ongelijk geven, toen wel.

Richting Den Haag toerend in mijn Visa -twee cilinders en 650 cc maar toch goed voor zo'n 130 kilometer per uur- besluit ik haar op te zoeken. Ik ben benieuwd hoe het met haar gaat. Of zoiets. In elk geval lijkt het nu alsof ik speciaal voor dit doel vertrokken ben. In Utrecht aangekomen begin ik de wijk Lombok te zoeken. Biltstraat uitrijden, rechtsaf de Oude Gracht kruisen en de weg volgen. Dat herinner ik me van vroegere, lopende expedities in deze stad.

Wat lopend kan blijkt met de Visa onmogelijk: het vervolg van de weg is alleen voor bussen toegankelijk. Voor iemand met mijn richtingsgevoel is dit een doodklap. Toch ben ik vastbesloten op bezoek te gaan en ik sla rechtsaf, twee keer linksaf en weer rechtsaf. Volgens een snelle schets die een behulpzame vriend ooit maakte brengt dit je terug op dezelfde weg, maar dan verder. Zoniet nu. Na een klein anderhalf uur zoeken geef ik het op en rijd verder naar Den Haag, het gas tot op een centimeter van de bodem ingetrapt, hetgeen een snelheid van 125 kilometer per uur oplevert bij een verbruik van 1 op 16. Onderweg laat ik mijn beperkte kennis van de theorieën van Freud los op het feit dat ik Lombok niet kon vinden en besluit dat Freud een ouwehoer was. Ik hou het er op dat mijn richtingsgevoel het probleem is.

In Den Haag aangekomen betreed ik een bevriende woning waar ik de sleutel van heb en herinner mij dat ik beloofd heb boodschappen te doen. Door mijn gezoek in Utrecht is het echter hiervoor te laat. Maar het is vrijdag, bedenk ik, en vrijdags is er koopavond in Delft. Ik zeg de parkiet gedag en rijd naar Delft. Vlak buiten het winkelcentrum daar word ik zonder reden neergestoken. Ik bevond me op de verkeerde plek op het verkeerde moment. Je bent dood voor je het weet. Mij was het echter vergund het sterven in te ruilen voor een spoedoperatie en twee weken ziekenhuis. Wie te lang graaft in het verleden krijgt een mes in zijn rug. Om van dat ziekenhuiseten nog maar te zwijgen.

Toch sta ik jaren later weer in Utrecht, rechts van de gracht. Voor mij is het rechts; ik heb het zo onthouden. Het verleden lonkt. Vanaf hier moet het. Ik slik, bezie het volk, recht de rug en loop. Het betrekt, het regent als voorspeld, de winkels sluiten, kragen worden opgezet. De stad leegt zich.

Ik loop onder de toren door rechts. Links is mooi, rechtdoor is door kantoren vergrijsd. Ik steek over en leg de roos op de vensterbank. Ik neem het beeld op. Alles echoot. Ik wil zoals ik wilde, schrik zoals ik schrok van ontrouw, hysterie, scherven en gegil, ellende die zij voor mij weg moest nemen, alleen zij, en ik voel wroeging omdat zij zonder medelijden mee leed, en er niets aan kon doen, en er niets van begreep, omdat ik niet kon zeggen, en op foute manieren vroeg.

Het zien stopt, ik voel haar hand, hoor haar ademen, ruik haar haar en proef mijn tranen. Regen is er om ongemerkt te kunnen huilen, dat is sinds toen niet veranderd. Langzaam vind ik het heden terug en loop naar het station.

Als de zon gaat schijnen kan ik me uitlachen en beloven hier niet meer naartoe te gaan.


This page was created by Oscar den Uijl, oscar@den-uijl.nl