Tentamen

Verbaasd kijk ik naar de tentamenopgaven voor me. Volgens is er slechts een vaag verband tussen de leerstof en de vragen. Het kan aan mij liggen natuurlijk; ik ben minstens een liter koffie te vroeg wakker geworden. Een tentamen om negen uur 's morgens in een zaal die op anderhalf uur rijden ligt van mijn woonplaats; dat had ook wel anders ingeroosterd kunnen worden, dunkt me. Om elf uur wankel ik de examenzaal in Arnhem uit en drink nog wat dure koffie aan het kraampje bij de ingang. Ook de toiletjuffrouw doet goede zaken.

Langzaam rijd ik door het rommelige centrum van Arnhem richting Oosterbeek om een bezoek te brengen aan het Airborne- kerkhof waar de gesneuvelden van de fascinerende slag om de brug rusten. Ik parkeer mijn auto bij de begraafplaats. Er zijn hier twee begraafplaatsen, een militaire en een gewone. Aan de overkant van de weg zie ik een oude man met een kwaad gezicht een aantal steentjes van een graf verwijderen. Hij mompelt iets, ik kan niet verstaan wat maar als ik hem zo eens aanzie het zou me niet verbazen als het 'kwajongens' was. Ik steek de weg over en leg hem het Joodse gebruik uit, waarna hij gegeneerd een aantal steentjes teruglegt. Het graf blijkt van Lipmann-Kessel te zijn, een arts die een belangrijke rol heeft gespeeld in de slag om Arnhem. Een Pegasus en een Davidsster zijn in zijn grafsteen gegraveerd. Hij is lang na de oorlog gestorven, maar ik vraag me toch af of hij niet liever aan de overkant had gelegen, hij was tenslotte een van de divisiechirurgen aan Britse zijde.

Ik steek de weg weer over naar de militaire begraafplaats en loop langs de rijen grafstenen van waarschijnlijk de beste soldaten die in de Tweede Wereldoorlog hebben gevochten. Helaas weegt de individuele kwaliteit van soldaten niet op tegen de incompetentie van officieren en slechte plannen. Het enige dat ze konden doen was hard vechten. Ik stop voor het graf van kapitein Queripel. Er is een afbeelding van het Victoria Cross in zijn grafsteen aangebracht. Ik ken zijn naam uit boeken; hij heeft een aantal zeer dappere daden verricht waarmee hij levens heeft gered. Misschien vond hij dat hij als officier iets terug moest doen, hoewel hij als lagere officier waarschijnlijk niet bij de plannenmakerij betrokken was. Ik loop verder en lees de namen op de stenen. Ik stop plotseling en herlees. Simon J. North? Ik trek wit weg. Toeval heeft zijn grenzen.

's Avonds ga ik bij Wessel op bezoek. Hij is al elektronicus en dus zeer geschikt om de afgelegde proeve van bekwaamheid mee door te spreken. Mijn gedachten blijven echter afdwalen naar die ene grafsteen en ik vertrek vroeg. Buiten is het koud en helder. Een smalle maansikkel staat aan de hemel. Als ik me concentreer is het net alsof ik de rest van de maan ook kan zien. Dat zal wel suggestie zijn. Je moet je ogen niet geloven.


This page was created by Oscar den Uijl, oscar@den-uijl.nl